In 4 stappen een moestuinplan maken

Goed voorbereid het nieuwe moestuinseizoen in. De winter is de ideale periode om je voor te bereiden op het volgende of misschien wel jouw eerste moestuinseizoen. En dat doe je met een moestuinplan. Het klinkt ingewikkelder dan het is. Kim Nelissen, alias Moesmeisje, gaat het je stap voor stap uitleggen, zodat jij straks een mooi plan op papier hebt staan. Laat de voorpret maar beginnen!

Het eerste jaar dat ik mijn moestuintje had, deed ik maar wat. Ik had totaal geen planning gemaakt. En dat was te merken. Op het moment dat ik kolen wilde zaaien, was het allang te laat. Wist ik veel dat ik die dingen al ergens in mei moest zaaien. En bovendien stonden de aardappels nog op de plek waar ik die kolen wilde. Het jaar erop pakte ik het anders aan en maakte ik een heuse plattegrond van mijn moestuin met een planning erin.

Ik ga je helpen om er zelf ook eentje te maken. Het enige wat je hoeft te doen is deze 4 stappen volgen:

1. Welke groente?

Als je net zoals ik een mini-moestuintje hebt, moet je keuzes maken. Je kunt simpelweg niet alle groenten in je kleine moestuin verbouwen.

Kies groenten die:

– Je lekker vindt
Maak voordat je begint met je moestuinplan een lijstje van de groenten waar je dol op bent en die je vaak eet. Dat laatste kan natuurlijk wisselen per seizoen. Schrijf gewoon alles op wat in je opkomt. Later kun je selecteren.

– Je snel kunt oogsten
Groenten zoals radijs, rucola, raapsteel, pluksla en Aziatische mesclun (een slamix) kun je gemiddeld na 4 tot 6 weken al oogsten. Voordeel: daarna kun je weer een andere groente telen. Zo kun je op één plekje misschien wel 4 verschillende groentes telen.

– Klimmen
In steden doen ze het ook: de hoogte in bouwen. Superslim want het kost je minder ruimte. In de moestuin werkt dat precies zo. Sugarsnaps, peultjes of doperwten nemen weinig plek in. Ideaal voor in een kleine moestuin. Kijk ook naar de klimmende varianten van andere groenten, zoals klimcourgettes.

– Weer aangroeien
Er zijn verschillende groenten die je kunt afknippen en daarna weer aangroeien. Als je snijbiet, pluksla, winterpostelein of raapsteel een paar centimeter boven de grond afknipt, dan groeit het gewoon weer aan. Zo kun je echt maandenlang oogsten van dezelfde plant.

– Flink produceren
Sommige groenten nemen veel ruimte in beslag, maar dan heb je ook wat. Zo kun je van een courgetteplant soms wel 30-40 courgettes oogsten. Nog zulke enorme producers zijn de tomatenplant en de komkommerplant.


Houd je van pittig eten? Teel dan zelf peper. Een peperplant neemt niet veel ruimte in beslag en doet het ook goed in pot (zet er drie bij elkaar in één pot).

2. Welke groenten zet je naast elkaar?

Waarschijnlijk kun jij het ook niet even goed vinden met alle buren. Ook groenten hebben zo hun voorkeuren. Sommige groenten bloeien helemaal op in elkaars aanwezigheid, andere verpieteren juist naast elkaar. Dit heeft met verschillende dingen te maken.

Zo is het slim om groenten bij elkaar te zetten die dezelfde mestbehoefte hebben. Vandaar dat ik mijn kolen allemaal bij elkaar zet.


Mijn kolenveldje met boerenkool, spruiten en palmkool. Ze hebben allemaal veel mest nodig.

Het weghouden van plaagdieren speelt ook mee. Sommige planten weren ongedierte waar een buurman veel last van kan hebben. Zo houden uien bijvoorbeeld de wortelvlieg op afstand. Het is dus slim om deze twee groenten naast elkaar in de moestuin zetten. En dan is er nog de grootte/hoogte van planten. Heb je een groente die houdt van zon, zet hem dan niet in de schaduw van een hoge/grote groente. Op internet vind je handige overzichten van deze combinatieteelt. Kijk eens op Zaaikalender.com of Rauwdouwers.nl

3. Zaai, plant- en oogsttijd

En nu is het tijd voor het echte uitzoekwerk: iedere groente in je moestuin heeft een eigen zaai-, oogst- en planttijd. En om het nog ingewikkelder te maken, is de ene groente een snelle Jelle en doet de andere groente alles op zijn dooie gemakje. Ik ken ondertussen van de meeste groenten al deze informatie uit mijn hoofd. Maar er zijn ook handige hulpjes. Om je tijd en moeite te besparen heb ik voor jou een handige zaai- en oogstkalender gemaakt van de groenten die ik zelf verbouw. Hier lees je ook wat de zaaidiepte- en afstanden zijn en hoeveel mest elke groente nodig heeft.

Schrijf nu van elke groente die jij wilt telen van wanneer tot wanneer je deze kunt zaaien, uitplanten en oogsten. Ik schrijf uiteindelijk de maanden op waarin een groente een stuk grond bezet houdt. Sommige groenten, zoals spinazie en raapsteel kun je op meerdere momenten in het jaar zaaien. Zo kun je raapsteel en spinazie zowel in het voor- als najaar zaaien.


Met mijn moestuinplan in de hand zet ik in maart plantenlabels in de grond en span ik daarna touwtjes.

4. Puzzelen

En dan is het tijd voor de laatste stap. Het is echt even flink puzzelen zo’n plattegrond van je moestuin. Ik maak hem dus altijd eerst met potlood zodat ik het weer uit kan gummen. Het is vooral een kwestie van de eerste groente kiezen en vanuit daar je plattegrond steeds verder invullen, terwijl je let op welke groenten wel en niet naast elkaar mogen en wanneer het rijtje weer vrijkomt voor een volgende groente. Gelukkig kun je de plattegrond volgend jaar gewoon omdraaien en hem recyclen. Dat is beter voor de grond dan alles elke keer op dezelfde plek zetten. Dat put de grond te veel uit.

Wil je inspiratie opdoen? Download dan gratis mijn moestuinplattegrond voor 2020. Veel plezier met het maken van jouw moestuinplan!

Kim Nelissen, alias Moesmeisje, woont in een klein benedenappartement in hartje Utrecht. Moestuiniert in en om het huis met wat potten en een moestuinbak op poten, maar leeft zich pas echt uit in haar huurmoestuintje van 6,5 m2 in de buurttuin. Met het verbouwen van 20 verschillende groenten bewijst Kim dat je geen enorme moestuin nodig hebt om je eigen verse groente op tafel te zetten. Gewoon een kwestie van goed plannen, zaaiafstanden niet te nauw nemen en slimme keuzes maken. Online is Kim bekend als Moesmeisje en blogt op haar website over haar moestuinavonturen, deelt zij lekkere recepten en geeft handige tips. En bij vragen en advies denkt zij graag mee. Je kunt haar daarvoor altijd mailen.

Dit artikel is ook te lezen vanaf pagina 82 in editie 7 van Klein Wonen Magazine.