Leven met huisdieren in Tiny House

Eén van de dingen die me opvalt sinds ik in een tiny house woon zijn de beestjes. Overal beestjes. Er krioelen elke dag en nacht wel dieren in en uit ons huis. Dat was me nooit zo opgevallen in een ‘normaal’ huis. En uiteraard sinds we op een landgoed wonen, zijn de aantallen verdubbeld. De reden waarom ik daar even bij stil sta, is omdat ik deze maanden veel in onze hoofdstad zit, voor werk. Ik woon de helft van de week weer in een stenen rijtjeshuis. En daar zijn gewoon geen beestjes, tenminste niet zichtbaar voor het oog. Het stikt er van de ratten, duiven en muizen, maar insecten zie je er amper.

Een klamboe zou ik dus niet ontspullen!

In ons tiny house staan de deuren en ramen altijd open. Dus logisch dat er veel gevraagd en ongevraagd bezoek binnenkomt. Ons panorama uitzicht boven wordt gedomineerd door spinnen, allerlei soorten. Je hebt de springspin, de dikke luiaard, hooibalen en kleine doorzichtige units. Mooi om te zien en ontzettend nuttig, want de andere huisdieren zijn wat minder handig. Zoals muggen en vliegen. Ze vreten je op, zitten op je eten en ik weet niet of jullie bekend zijn met de wake-up-fly, maar die gaat ’s ochtends constant op je hoofd zitten en in je oren zoemen. Een klamboe zou ik dus niet ontspullen!

Onze eens zo mooie donkere gevel heeft nu vele lichte vlekjes

Dan hebben we nog de wespen. Die kwamen gezellig bij ons wonen, zo’n 2 maanden nadat we ons geïnstalleerd hadden op Roggebotstaete. 2 prachtige nesten. Topkwaliteit, dat zag je zo. En niet zo gek, ze schrapen namelijk stukjes hout van onze gevel. Dat malen ze tot pulp en daar maken ze een tiny house van. Onze eens zo mooie donkere gevel heeft nu vele lichte vlekjes. En op een of andere manier is ons huis ook aantrekkelijk voor sprinkhanen. Niet die schattige, die bruine kleintjes, maar die enorme groene Japie Krekels. Ik schrik elke keer weer, als er zo’n enorm beest op de ramen kruipt en op mij wil springen. Probeer dan maar eens te vluchten op 18 m2. Inmiddels hebben we twee prachtige kralengordijnen aangeschaft en hopen we op minder medebewoners. Tot dusver maakt het nog geen verschil.

De aanwaaikat

Maar de allerliefste, allerleukste aanwinst is toch wel Poes, de aanwaaikat. Ze werd al gevoerd en gekroeld door Kjeld en Linde en sinds een maandje door ons. Hij is elke dag op jacht en avontuur, de muizenbilletjes (inclusief staartjes) liggen in de tuin. En midden in de nacht horen we een kleine miauw: Poes vraagt dan toestemming om het huis binnen te komen. Er liggen al een paar brokjes voor haar klaar. Je hoort geknaag en dan nestelt ze zich op een schapenvachtje voor een dutje. Zodra de eerste zonnestralen doorkomen, is ze alweer weg om het landgoed onveilig te maken. Een fijne bijkomstigheid is dat ze natuurlijk muizen en ratten weghoudt. Maar het leukste is als ze gezellig met je meeloopt; elke avond maak ik een wandeling. Dan zie ik andere huisdieren, zoals herten, reeën, vossen, schapen en roofvogels. Maar dat is weer een ander verhaal.

Foto’s: ©Noortje Veerman

Noortje Veerman, alias Noortje Regeltut, heeft altijd klein gewoond. Ze is meesterlijk in ontspullen, dol op gezelligheid, leert graag van ervaringen en wil anderen op weg helpen, zoals zij samen met partner Jan-Willem doet met de Tiny house Academy.

Dit artikel is ook te lezen editie 6 van Klein Wonen Magazine. Download hier