Noodzaak tot klein wonen leidt tot zelfvoorzienend droomleven

Ze gingen klein wonen uit pure noodzaak, maar nu willen ze niet anders meer. Hans Bartels, Marieke van Wijk en haar kinderen Kristan en Lize wisselen nu hun zeilboot in Nederland af met een Finse kota in de Franse natuur. Buiten is voor hen net zo thuis als binnen. ,,Wij zouden niet passen binnen. Doordat we veel buiten leven is ons leven veel intenser’’, aldus het gezin, dat zo zelfvoorzienend mogelijk probeert te leven en dit graag deelt met anderen op hun droomplekje. ,,We willen graag een proeftuin zijn voor mensen die interesse hebben in deze manier van wonen en leven.’’

Je moet vooral je ogen open houden en de zijpaadjes in de gaten houden

Net buiten een Frans gehuchtje brengt een oud bruggetje je over een klaterende rivier naar een stuk bos met een kapelletje. Dit is het nieuwe woondomein van Hans, Marieke en haar twee kinderen van 4 en 9 jaar. Op dit idyllische plekje in de natuur staan nabij de kapel sinds kort 2 Finse kota’s. De Scandinavische nomadenwoningen zijn min of meer een toevallige keuze voor het gezin. ,,Wat is toevallig. Er komen nu eenmaal dingen op je pad als je daar voor open staat. Je moet vooral je ogen open houden en de zijpaadjes in de gaten houden. Het kan af en toe niet altijd het spoor zijn dat je denkt te moeten volgen, maar het is vaak het kleine paadje links of rechts van je, dat een beetje begroeid is. Zo kwam Marieke de Finse kota’s tegen op Marktplaats. Die stonden al een paar jaar ergens in een Nederlands weiland. Het was goedkoop en dit konden we betalen’’, vertelt Hans. Marieke is ook helemaal in haar nopjes met haar vondst. ,,We waren eigenlijk op zoek naar een blokhut, waarin we zelf konden wonen, zodat we de kapel kunnen gaan verhuren. De kota’s paste echter gewoon. Ze staan hier ook prachtig. De waterkota aan de rivier en de boskota in het groen.’’

We genieten het meest van het water. Zeker in de hangmat boven de rivier

Zittend bij de kota aan de rivier is voor het gezin Bartels-Van Wijk eigenlijk al een droom. ,,We genieten het meest van het water. Zeker in de hangmat boven de rivier. Als we in de boskota zitten missen we gewoon het ruizen van het water. Het riviertje is voor ons heel belangrijk. Je ruikt het. Het leeft! Als je het huis uit loopt kan er zomaar een kraanvogel opvliegen uit de rivier. Of een specht zit naast je hoofd te tikken. Of de ijsvogeltjes vliegen weg voor je. Dan hoor je een plonsje en is zo’n ijsvogel er met een visje vandoor. Er zit enorm veel forel in de rivier. Het is een omgeving waar je je steeds weer kunt verbazen. Als je ’s-avonds rondwandelt hoor je overal geritsel of de beverratten in de rivier plonsen. De uil hoor je krijsen. We zitten in een natuurgebied van 5 km lang. Er zit veel forel in ons riviertje. Herten op de heuvels en dassenburchten in de buurt. Er is heel veel leven. En natuurlijk de sterrenhemel, die wit wordt van de Melkweg. Je ziet vallende sterren. Je ruikt de aarde, je hoort de wind door de bomen ruizen en je zit echt in de seizoenen. We gaan ons terrein dan ook bijna niet af.’’

,,Wij passen niet binnen. Buiten is ook ons thuis’’

Het gezinnetje woont nu in de vakanties en om het weekeinde in Frankrijk en de rest van het jaar op hun zeilboot Odysseia. Het buitenleven is voor Marieke, Hans en de kinderen echt een onderdeel van hun woonomgeving. ,,Wij passen niet binnen. Wij leven graag buiten. Buiten is ook ons thuis. Als het warm is, is het warm en als het koud is, is het koud. Het is een veel dunnere deken die ons scheidt van binnen en buiten. De kinderen geef je ook zoveel meer mee dan op een flatje of een huisje met volkstuintje in Nederland. Het is een intenser leven. Je leeft binnen en buiten een beetje hetzelfde. We lopen naar ons douchehuisje toe, we hebben het toilet buiten, en dat is een deel van jouw woonomgeving. Zoals mensen in een flatje door de gang naar de douche lopen, lopen wij een stukje door het bos. In de winter is dat koud en moet je rennen en in de zomer is het een heerlijke wandeling’’, lacht Hans. ,,Ik heb een keer voor het raam gestaan en moest lachen. Het was een herrie en echt een bonte toestand buiten. Wat een leven! Boomklevertjes, hagedissen en grote slakken. Ik moest lachen om het leven waar wij gewoon een deel van zijn. Dat waren we een beetje kwijt geraakt en dat vinden we hier terug.’’

Het volledige artikel is te lezen vanaf pagina 72 in editie 6 van Klein Wonen Magazine