Paardenbloem super gezond!

Waarschijnlijk kent iedereen de paardenbloem wel, maar weet je ook dat het een ontzettende gezonde plant is? Mijn kruidenjuf zegt dat je met één blad per dag je lever kan ondersteunen en je lichaam een handje kan helpen. ‘Bitter in de mond maakt het hart gezond.’ Het blad kan veel verschillende vormen aannemen, soms is het bijna rond, maar het kan ook diep ingesneden zijn. Er zijn meer dan 250 ondersoorten van de paardenbloem.

Oogsten

Oogst het blad voordat de plant in bloei komt, dan is het blad het lekkerste. De verse bloemen pluk je aan het begin van de dag, als ze open zijn en het ochtenddauw opgedroogd is. De wortel oogst je in de herfst voor paardenbloemwortel-koffie en in de lente als medicijn voor je lever.

Blad: De jonge verse bladeren zijn lekker in de salade. Ze worden milder van smaak als je ze fijngesneden een uurtje met zout of in koud water laat trekken. Fijngehakt kun je de bladeren als spinazie gebruiken. Ze zijn, door de bittere smaak, ook lekker in de pesto! En je kunt ze stoven of wokken als andijvie.

Molsla wordt in het voorjaar op verschillende markten in Europa verkocht. Dit zijn paardenbloembladeren die zijn gebleekt. Dit kun je ook zelf doen: zet een dichte pot over een paardenbloem (de bladeren moeten dan niet vochtig zijn, dan gaat het schimmelen). De paardenbloem groeit door, maar door het gebrek aan licht bleek je de blaadjes, zodat ze lang niet zo bitter smaken als de andere bladeren.

Bloemen: De bloemen kun je van maart tot september gebruiken om gelei, siroop of wijn mee te maken, je kunt ze aan groentes toevoegen of er thee van zetten. Ik maak er noten/dadel/bloemen-balletjes van, verwerk ze in tapenade, in armeluishoning of in bier.

Bloemknoppen: Van de bloemknoppen kun je chutney maken, als kappertjes inmaken, of als groente bakken. Ook als decoratie te gebruiken of voor salades en desserts.

Gezondheid

5x zoveel eiwit, 8x zoveel vitamine C, 2x zoveel kalium, magnesium en fosfor als kropsla. In het blad zit zelfs een hogere vitamine A gehalte dan in wortelen!

Geneeskracht

Paardenbloem wordt al lang gebruikt als geneesmiddel. Het zit zelfs in de Latijnse naam Taraxacum Officinale verwerkt. Taraxacum komt van het Oudgriekse taraxa (darmstoornis) en akon (geneesmiddel). Taraxacum betekent dus geneesmiddel tegen darmkwalen. Officinale betekent in gebruik in de apotheek oftewel geneeskrachtig. De hele plant inclusief de wortel is urinedrijvend, daarom noemen ze ‘m ook wel wet-a-bed of pissenlit. Hij wordt ook wel pissebloem genoemd, omdat hij goed werkt tegen blaasontsteking. Paardenbloem werkt tevens ondersteunend bij leverklachten, jicht en reumatische ziekten. Het is een bloed reinigend middel, helpt bij spijsverteringsklachten en werkt als mild afvoerend middel. Het melkachtige sap uit de stengel kan worden ingezet tegen wratten.

In de moestuin
Gooi je gewiede paardenbloemen niet weg. Schenk er een liter kokend water overheen, en laat dat een uurtje trekken en afkoelen. Je hebt dan een uitstekende plantenmest, die veel mineralen bevat.

Rubber

In de jaren dertig van de vorige eeuw gebruikte men in de Sovjet-Unie het latexachtige sap in paardenbloemen om rubber te maken. Er werden enorme landerijen en speciale machines voor de paardenbloemteelt ontwikkeld en tijdens WOII voorzag deze in 30 procent van de rubberbehoefte van het land.

Overig

– De wortels geven een bruine verfstof
– Paardenbloem heeft een holle stengel daardoor kun je er een blaaspijpje voor bellenblaas van maken.
– Ook kun je de hele plant gebruiken als je een hobby-bierbrouwer bent. Zo heeft het biermerk Nevel een lekker biertje op de markt waarin de paardenbloem verwerkt zit.
– Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden paardenbloembladeren als voedsel aanbevolen
– De paardenbloem haalt met de diepe penwortel mineralen en vocht naar boven uit de diepere lagen. Zo ontstaan veel wortelgangen waar regenwormen dankbaar gebruik van maken. Er ontstaat een uitgebreid netwerk van schimmels dat voor voedsel zorgt, en water en lucht kunnen beter in de grond doordringen. Ook de wortels van planten in de buurt maken gebruik van die gangen. (Bron: Permacultuur magazine nr. 10)

Wilde pesto

Voor de wilde pesto kun je verschillende soorten planten gebruiken. Bijvoorbeeld: look zonder look, daslook, brandnetels, hondsdraf, paardenbloemblad, zevenblad, duizendblad, kaasjeskruid, vogelmuur en weegbree.

Ingrediënten:
100 gram wilde planten, fijngehakt
100 gram biologische Parmezaan (of een paar eetlepels edel gist voor veganvariant)
80 gram noten/zaden (bijv. zonnebloempitten, hazelnoten, cashewnoten of pijnboompitten),
fjngehakt
beetje citroen
veel goede olijfolie
½ teen knoflook
vrij veel zout
peper naar smaak

Doe alle ingrediënten bij elkaar in een keukenmachine of vijzel. Proef hoe je de pesto vind en voeg naar smaak/ structuur meer olie, knoflook (1/2 teentje meer), zout/peper, citroen toe. Je kunt eventueel ook zongedroogde tomaten of olijven toevoegen voor wat extra smaak.

Foto: Marin Leus

In 2009 drinkt Marin Leus nog cola, eet knakworstjes en laat lampen aan als ze weggaat. Als zij een jaar later begint te lezen over natuurlijk leven trekt zij naar eigen zeggen haar kop uit het zand. Sindsdien zoekt zij naar een groen leven. Het liefst donkergroen. Ze woont en werkt op biologische boerderijen en verblijft een blauwe maandag in een yurt en een camperbusje. Hoewel Marin nog zoekende is weet zij een ding zeker: wildplukken is haar passie. Ze volgt een permacultuur- en geneeskrachtige kruidenopleiding en biedt nu door het hele land wildplukwandelingen aan. Elk kwartaal schrijft zij voor Klein Wonen Magazine over planten om op te vreten en over haar groene avonturen blogt zij op haar gelijknamig website.

Het artikel is ook te lezen vanaf pagina 86 in editie 7 van Klein Wonen Magazine